‘Mijn Melk’: over keteninnovatie en het lef om klein te denken

Er zijn maar weinig mensen die de smaak van verse melk kennen. Die varieert per ras, productiemethode, landschap en zelfs de regio kun je erin proeven. Jammer genoeg smaakt de melk in de supermarkt door de grootschalige verwerking in de keten altijd min of meer hetzelfde. Tot nu toe dan. Want sinds deze maand ligt ‘Mijn Melk’ in de schappen van de Albert Heijn. Deze melk is rechtstreeks afkomstig van vier koeienfamilies van het erf van de Dobbelhoeve uit Udenhout.

Grow Campus sprak met bestuurslid Bob van de Meerendonk (tevens eigenaar van VME Engineering) en boer Guus van Roessel over de totstandkoming van deze revolutie.

“Het begon met een opdracht voor het bouwen van een nieuwe melkfabriek in de omgeving van Londen,” vertelt Bob, die al sinds 2000 directeur is van proces- en packaging engineeringsbedrijf VME uit Rosmalen. “De fabriek moest tussen de 750 miljoen en 1 miljard liter melk op jaarbasis produceren. Die omvang zette me aan het denken: Stel nou dat 10 melkfabriekjes in de omgeving van Londen als 1 grote fabriek zouden opereren? Dat brengt interessante voordelen met zich mee.”

Haalbaarheidsstudie
Eenmaal getriggerd door het idee, gaf Bob een aantal afstudeerders van HAS Hogeschool de opdracht om een haalbaarheidsstudie uit te voeren. Het bleek inderdaad een interessant concept te zijn. Er was alleen één probleem. “Geen van onze opdrachtgevers had belangstelling omdat zij vooral grotere fabrieken wilde bouwen,” legt Bob uit. “Totdat ik Guus ontmoette. Als zoon van een melkveehouder en business development director bij Lely was hij direct enthousiast. ‘Maar het moet nog kleiner,’ zei hij.”

Samenwerking met Lely
Met een team van deskundigen van Lely en VME volgde een conceptstudie van bijna twee jaar. De rode draad daarin was: hoe maken we het concreet? En hoe komen we tot een gezond businessmodel? Pas eind 2016 was de kogel door de kerk. Guus, die in die periode vader werd en dichter bij huis wilde werken, besloot de kar te gaan trekken. De eerste mini-melkfabriek zou op het erf van zijn biologische melkveehouderij ‘de Dobbelhoeve’ gebouwd worden.

Cees van Roessel bij de melkfabriek Lely Orbiter

Gesloten lokale kringloop
“Ik ben ervoor gegaan omdat ik geloof in deze ontwikkeling,” zegt Guus, die met deze stap in de voetsporen van zijn vader treedt. De basis van zijn bedrijf is de gesloten lokale kringloop van koeien-voer-melk-mest-grond. Er wordt geen kunstmest gebruikt en ook geen gif. Wel is het bedrijf in grote mate geautomatiseerd. “Mijn vader liep al voorop met de aanschaf van een melkrobot,” vertelt Guus. “Later kwamen daar mest-, voer- en bestelrobots bij.”

Scala aan mogelijkheden
Net als zijn vader is ook Guus niet bang om voor de troepen uit te lopen. Hij kijkt nu uit al naar de volgende stap: “Deze ontwikkeling biedt veel perspectieven,” vertelt hij. “Omdat we op zo’n kleine schaal produceren, kunnen we echt een onderscheidend product aanbieden. Zo kunnen we bijvoorbeeld hele karakteristieke smaken ontwikkelen, maar ook op het gebied van voedingswaarde en doelgroepenvoeding zie ik mogelijkheden.”

Real time
De smaken die Guus nu aanbiedt komen van de families Aukje, Moevchen, Kitty en Cootje. Sinds begin september liggen deze met de merknaam ‘Mijn Melk’ in de schappen van 500 Albert Heijn winkels. Consumenten die Aukje of Moevchen in het echt willen bewonderen, kunnen op mijnmelk.nl een livestream volgen waarop de dames real time gemolken worden.

Keteninnovatie
De verkoop loopt goed. Op dit moment wordt er gekeken naar een tweede boerderij die het concept in gebruik wil nemen. Guus: “De komende drie maanden moeten we de productie op pijl houden om aan de vraag te voldoen.” Ondertussen is het team van VME hard aan het werk voor het ontwikkelen van de tweede versie. Bob knikt tevreden: “Het begon met een gek idee, maar het is uitgegroeid tot echte keteninnovatie. Daar zijn we best trots op.”

2018-10-23T16:06:06+00:00

Blijf op de hoogte (oud)

[contact-form-7 404 "Not Found"]
Stel hier uw vraag